reflecteren

METACOGNITIEVE LEERDOELEN:  zijn gericht op het ontwikkelen van de reflectie op (zelf)kennis en leer-strategische vaardigheden van leerlingen, om zodoende heel genuanceerd te leren denken over kunst. Leerlingen leren via het kijken naar kunst en het zelf maken van creatieve producten, reflectief vermogen te ontwikkelen omdat zij zich in leren leven in hun eigen ideeën en motieven, en de ideeën of motieven van de ander, het andere of het onbekende in de kunst en dat levert stof tot nadenken op.

METACOGNITIEVE LEERACTIVITEITEN. Wanneer u een metacognitief leerdoel nastreeft (reflecteren, strategiekennis, contextuele kennis, zelfkennis, etc.) dan kunt u een leeractiviteit (dat is een werkwoord waarmee een leerhandeling beschreven is) selecteren uit deze reeks van metacognitieve leeractiviteiten en vervolgens kunt u een werkvorm kiezen die aansluit qua niveau bij deze metacognitieve leeractiviteit.  Metacognitieve-leeractiviteiten 

WERKVORMEN:

  • door observerend leren kunnen leerlingen heel nauwkeurig leren waarnemen wat bepaalde houdingen, mimiek, attributen en kleding laten zien (door zich in te leven in de afgebeelde personen) en zo leren zij eveneens kunst te analyseren. Observerend leren vindt plaats via hardop denken en reflecteren op de strategie bij het kunst analyseren van klasgenoten. Dit voorbeeld gaat over kunst en interculturaliteit in de negentiende eeuw (romantiek en realisme). 
  • Hardop denken. Bij deze werkvorm gaat een leerling hardop denkend vertellen hoe hij/zij een toetsvraag zou beantwoorden. Daarbij moet de leerling niet alleen aangeven wat hij of zij zou antwoorden, maar ook alle denkstappen toelichten. Daarmee krijgt de docent goed inzicht in waar eventuele denkstappen niet goed verlopen, of waar problematische punten zitten. Door leerlingen om de beurt hardop te laten denken, leren zij van elkaar: niet alleen van elkaars kennis maar ook van elkaars denkstrategieën.
  • in dit lesvoorbeeld ‘wat kunst kan doen’ (NL) en ‘what art can do’ (ENG) dialogisch leren aan de hand van essentiële vragen om zo de esthetische en ethische waarde van kunst voor de maatschappij te bespreken en leerlingen meer bewust te laten worden van culturele identiteit en diversiteit.
  • Leren onderzoeken bij kunst algemeen en CKV (verdiepen) vergt vaardigheden in inductief leren. In deze uitwerking kunnen docenten lezen hoe zij zelf een mystery kunnen ontwerpen als onderzoeksopdracht. Het bevat eveneens een stappenplan voor het leren onderzoeken door leerlingen. 
  • Beweer – Beargumenteer – Bevraag – Besluit. Deze visible thinking routine ‘claim-support-question’ is in het Nederlands vertaald door het Expertisecentrum Kunsttheorie. De werkvorm is erg geschikt om leerlingen een onderzoekende houding aan te leren. 
  • Vergelijken (compare & contrast).Leerlingen leren kunstwerken vergelijken door een demonstratie van verschillende denkstrategieën door de docent. Aan de hand van vier activiteiten (beschrijven, vergelijken, concluderen en toepassen of analyseren) leren hoe zij kunstwerken met elkaar kunnen vergelijken. 
  • Differentiëren: Researchcards en/of taakrotatie. Docenten kunnen verschillende soorten leertaken ontwerpen en deze afstemmen op verschillen tussen leerlingen. Daarbij kunnen researchcards met verschillende soorten leertaken ingezet worden. Leerlingen kunnen verschillende researchcards uitwerken in een door henzelf gekozen volgorde of kunnen inzichten uit researchcards delen met anderen. 
  • Reciprocal teaching (rolwisselend onderwijzen) is een instructievorm met heel duidelijke richtlijnen. Voor docenten betekent het dat zij stapsgewijs leerlingen leren hoe zij een bepaalde leertaak aan kunnen pakken. De uitleg door de docent is tweeledig: zowel gericht op de inhoud van de taak als op de strategie waarmee de taak uitgevoerd kan worden door de leerling. 

LITERATUUR & ONDERZOEK:

LITERATUUR & ONDERZOEK:

 

MENU