thema’s h/v

Voor de examens kunstgeschiedenis/kunstbeschouwing (tehatex) worden thema’s vastgesteld.

HAVO TEHATEX THEMA 2020: DE VERRUIMDE BLIK

  • Specificatie examenstof Het centraal examen heeft betrekking op de periode van het romaans tot heden, met nadruk op de periode vanaf 1800. Kunst, architectuur en vormgeving vanaf het neo-classicisme in de 19de eeuw tot heden komen derhalve in het examen aan de orde. In het examen 2020 zal uit de periode van vóór 1800 aandacht worden besteed aan de renaissance. Het thema van het centraal examen 2020 is ‘De verruimde blik’.
    Dit examen gaat over het verruimen van de blik, over kunstenaars, architecten en vormgevers die door te reizen of zich op andere wijze te verdiepen in de ander of het vreemde, inspiratie of kennis opdoen die van invloed is op hun werk. Bij dit thema kunnen bijvoorbeeld de volgende kwesties aan bod komen:
    1 De invloed van het andere of onbekende op kunst: de manieren waarop de inspiratie of kennis die kunstenaars opdoen tot uitdrukking komt in hun werk.
    2 De aanleidingen of redenen voor kunstenaars om te reizen of zich in het leven van anderen of het andere te verdiepen.
    3 Reizen, bewegen en communiceren zijn regelmatig onderwerp van kunst en vormgeving. Op welke manieren worden kunstenaars betrokken bij projecten die met reizen en mobiliteit te maken hebben of geven ze het onderwerp zelf vorm in hun werk. Met het woord ‘kunstenaars’ worden ook vormgevers en architecten bedoeld.
    Bron: https://www.examenblad.nl/examen/tekenen-havo/2020?topparent=vg41h1h4i9qd

VWO TEHATEX THEMA 2020: VOORBEELDIG

  • Thema C.S.E. Vanaf het examenjaar 2017 is Voorbeeldig het thema voor het centraal schriftelijk examen tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving vwo. Dit thema is gekozen voor meerdere examenjaren en geldt ook voor 2020 en 2021. Bij het examenthema Voorbeeldig speelt naast de actualiteit de kunstgeschiedenis in lijn met het thema een even belangrijke rol. Een voorbeeld dient immers eerst gemaakt of gesteld te zijn om daarna onderwerp te kunnen zijn voor imiteren, interpreteren of overtreffen.
  • Kunstbeschouwelijke benadering C.S.E.: De kunstbeschouwelijke benadering is met het thema Voorbeeldig niet veranderd. Om dit mogelijk te maken is er bij de samenstelling van deze syllabus gewerkt vanuit de volgende uitgangspunten: – het beeld staat centraal; – kunsthistorische kennis wordt ingezet om oude en nieuwe beelden te (her)interpreteren; – er wordt een groot beroep gedaan op de kritisch reflectieve vaardigheden.
  • De syllabus Een nadere specificatie van het thema, probleemstellingen en exameneisen zijn opgenomen in de syllabus. Daarnaast bevat de syllabus voorbeeldvragen, een basisstofomschrijving en bronnen. De bronnen (Bijlage 6) vormen als totaal geen volledige afspiegeling van de stofspecificatie en zijn niet per definitie een invulling van de exameneisen. De teksten zijn een middel tot reflectie op het thema en illustreren de breedte en diepte ervan.
  • In de examens in 2020 ligt het accent op de volgende onderwerpen, theorie en kunstenaars binnen het thema Voorbeeldig:
    – imiteren, variëren en overtreffen
    – origineel en kopie
    – cliché en traditie
    – representatie en reproductie
    – pastiche en parodie (Marita Sturken, Lisa Cartwright)
    – kunsttheorie, renaissance (Leon Batista Alberti, Giorgio Vasari)
    – kunsttheorie, zeventiende eeuw (architectuur)
    – kunsttheorie, negentiende eeuw (J.J. Winckelmann, Kopienkritik)
    – kunsttheorie, primitivisme (Robert Goldwater) kunsttheorie, Arthur Danto
    – Albrecht Dürer
    – Bernini
    – Francesco Borromini
    – John Flaxman (Wedgwood)
    – Karl Friedrich Schinkel Augustus Pugin en Charles Barry
    – Eduard Manet
    – Paul Gauguin
    – Andy Warhol
    – Gerhard Richter
    – Oliver Laric
    – Hella Jongerius
    – Rem Koolhaas
    Ongeveer de helft van de in het examen gepresenteerde contexten (kunstenaars, kunstwerken, teksten) is direct gebaseerd op de stofspecificatie en bronnen van het thema Voorbeeldig. De overige contexten in het examen passen binnen de kaders van de basisstofomschrijving en/of kunnen worden begrepen op basis van transfer van kennis en vaardigheden zoals gedefinieerd in de syllabus.
    Bron: https://www.examenblad.nl/vakspecifiek/vakspecifieke-info-tehatex-vwo-ce-4/2020/f=/info_tehatex_vwo_ce_2020_def.pdf
MENU